Deventer-Donderdagavond 15 oktober organiseert Architectuurcentrum Rondeel een lezing in het kader van het project RivierStadLandschap. Albert Corporaal, ecoloog en historicus, en Jos Rademakers, rivierecoloog, geven hun visie over het ontstaan, de ontwikkeling en de toekomst van de IJssel. Moeten we de IJssel knuffelen en omarmen en beschouwen als een watertje in onze voortuin? Of…?

 Baars, paling, winde, roofblei en veel andere vissoorten zijn in een steeds grotere verscheidenheid te vinden in het water van de IJssel. Dit wordt veroorzaakt door het schoner worden van de rivier. Volgens kenners is er geen rivier waar de vissen zo goed gedijen dan in de IJssel.

 Hoe is rond de IJssel verder de ontwikkeling van flora en fauna? De IJsselflora waar Jac. P. Thijsse al een eeuw geleden over schreef.

Staan de uiterwaarden nog steeds vol met margrieten en koekoeksbloemen?

Dragen de uitgevoerde werkzaamheden in het kader van ‘Ruimte voor de Rivier’ wel bij aan de ontwikkeling van flora en fauna?

 DONDERDAG 15 OKTOBER 2015, 20.00 UUR

Aanvang: 20.00 uur (zaal is open vanaf 19.30 uur)

Locatie Architectuurcentrum Rondeel, Stromarkt 18c, Deventer.

De toegang is gratis.

 Albert Corporaal

Als eerste spreker komt Albert Corporaal aan het woord, ecoloog, adviseur en bovenal historicus, die veel over de historie van Nederland, als waterland, weet te vertellen. Want wist u dat de IJssel in zijn huidige vorm circa 1300 jaar stroomt, waarvan overigens zo’n 300 jaar lang zodanig verzand dat er ’s zomers eerder van een zandwoestijn dan van een riviertje gesproken kon worden. Maar wat moeten we met deze rivier: moeten we die knuffelen en omarmen en beschouwen als een watertje in onze voortuin?

 Jos Rademakers

De tweede inleider, rivierecoloog Jos Rademakers, neemt ons mee in zijn ervaringen bij het ontwerp en de realisatie van natuur langs de rivieren. Hij neemt de voortdurende veranderlijkheid van de rivier als uitgangspunt en laat aan de hand van voorbeelden zien dat de geschiedenis van de rivier ons kan leren wat er in de toekomst mogelijk is. Hij zoekt naar mogelijkheden om de rivier en haar uiterwaarden toekomstbestendig in te richten, zodanig dat zowel de veiligheid als de natuur niet langer afhankelijk zijn van een duur en eeuwigdurend beheer. Dat vraagt om ruimte voor de rivier en om ruimte in het beleid.